Hulpverlener – mens … mens – hulpverlener

Als therapeut is “echt in het contact gaan staan” mijn handelsmerk. De laatste jaren groeide het besef dat dit in mijn privé contacten anders was. Behalve bij mijn man waren er weinig duurzame contacten waarin ik mij echt veilig voelde. Ik begon te beseffen hoeveel moeilijker ik het vond om volwassen mensen in mijn dagelijks leven oprecht graag te zien in tegenstelling tot hoe makkelijk ik het vind om cliënten/patiënten graag te zien. Het daagde me dat – hoe rijk ik het vond om conflicten die zich voordeden met cliënten in te zetten in hun groeiproces – hoe dubbel ik hiermee omging in mijn persoonlijke contacten. Bij conflict in mijn privéleven deden er zich overlevingspatronen voor: ofwel een reactie waarbij ik eigen behoeften en gevoelens opzijzette en het conflict uit de weg ging (combinatie van een ‘freeze’ reactie en een ‘fawn’ reactie), ofwel het uitschakelen van mijn ware gevoelens (freeze) gecombineerd met stevig en een soort van stoer in het verschil gaan staan (fight).

In mijn rol als hulpverlener is het duidelijk: “ik ben er voor jou”. Dat is een rol die mij afgaat, die ik al van kinds af aan op mij neem, waar ik goed in ben. Me afstemmen op de ander, meevoelen wat de ander voelt, zeker als dit lijden is, erbij blijven en manieren zoeken om dat lijden om te zetten in groei. Dat is één van mijn talenten. In mijn opleidingen vele jaren geleden leerde ik onder ogen zien dat dit talent gegroeid is vanuit een overlevingsreactie. Door dit onder ogen te zien werd het een keuze (in plaats van een patroon waarin ik verzeild geraakte voor ik het doorhad) en leerde ik het heel bewust in te zetten als een talent, althans toch in mijn rol als hulpverlener.

Om onder ogen te kunnen zien dat ik in persoonlijke contacten wel nog veel vaker in overlevingsreacties terecht kwam – zonder keuzevrijheid – had ik eerst een soort van stevige basis nodig. Mij echt leren verbinden zonder in een rol te zitten betekent namelijk ook de trauma’s en de pijn erkennen waaruit die overlevingspatronen ontstaan zijn – en dit keer dus niet in functie van een ander mens maar in functie van mezelf. Het betekent leren (h)erkennen hoe snel ik getriggerd ben en in zo’n overlevingsreactie terecht kom. Het betekent dus ook leren omgaan met triggers, niet langer door te gaan pleasen (fawn), me af te sluiten (freeze) of heel oordelend te zijn (fight) maar door er mild naar te leren kijken. Door in verbinding met anderen te leren praten over die triggers. Dat is iets dat ik pas kan nu ik, samen met mijn man, een voldoende veilige thuis heb gecreëerd. Die voldoende veilige thuis ontstond onder andere door met mijn man wel een duurzaam contact op te bouwen (en te leren ruzie maken, te leren in verbinding te blijven zonder in overlevingspatronen terecht te komen). Door jobs te doen die mij energie gaven, die ik graag deed. Door mezelf te blijven ontwikkelen als hulpverlener en vooral door mijzelf de moeite waard te leren vinden.

Eens ik besefte hoe onveilig de wereld eigenlijk was voor mij als ik niet in mijn welbekende rollen zat, eens ik besefte hoe gewend ik het was om heel veel wel op mijnen alleene te doen, wilde ik hier verandering in. Dit blijkt veel lastiger dan gedacht. Een lijf dat ingesteld is op “de wereld is een onveilige plek als je niet in een rol zit” leren “de wereld kan een veilige plek zijn als je gewoon je hele zelf bent” vraagt veel meer tijd en dus ook geduld dan gedacht. Ik ontdek dat ons zenuwstelsel, dat mijn zenuwstelsel, zich niet zomaar eventjes laat her-programmeren, dit vraagt tijd, inzicht, oefenen en zoveel zachtheid, mildheid en liefde. Het vraagt ook best wat doorzettingsvermogen want ‘herstellen’ gaat in golven en al voel ik dat de golven steeds minder diep en in z’n geheel ‘bergop’ gaan toch is elke down opnieuw een uitdaging om erin te blijven geloven (in “de wereld kan een veilige plek zijn”). Toch is elke down een beproeving om verder te blijven stappen, om toch opnieuw te gaan oefenen, om toch elke keer opnieuw te gaan uitzoeken: “welke trigger was het dit keer?”. Elke golf een nieuwe kans om die trigger bloot te leggen en er keuzevrijheid rond te kunstelen.

Dus, ja, … mijn gemoed gaat op en neer en ik oefen, ik oefen, ik oefen, onder andere om te leren om wel mijn afstemmingstalent te behouden, ook in privécontacten doch zonder mij verantwoordelijk te voelen voor alles wat ik aanvoel/zie. Ik oefen om mij te leren verbinden en keuzevrijheid te verwerven in wat ik toon, in hoe ik me toon. Ik zoek uit waar me veilig voelen begint en eindigt en hoe ik mijn veilige veld kan uitbreiden. Ik oefen en ik rust uit van het oefenen en dan oefen ik weer …

Eigenlijk leer ik een nieuwe taal. Het is te zeggen, mijn lijf leert een nieuwe taal. In de eerste plaats voor mezelf. En ook, zeker ook omdat ik ervan overtuigd ben dat ik meer ruimte kan bieden aan mijn cliënten om van overleven naar leven te groeien als ik bereid ben deze weg zelf ook te gaan. Steeds weer bereid ben om die weg te gaan. Groeien doen we in spiralen, dezelfde thema’s komen steeds terug op alweer een diepere laag en het is aan ons hulpverleners om ook zelf steeds weer de moed op te brengen om te groeien, om in de spiegel te kijken en het ongezonde dat zich toont om te gaan vormen naar gezondheid. Om zo de ruimte die we bieden aan cliënten steeds weer ruimer, milder en vooral liefdevoller te laten groeien. Althans, dat is wat ik geloof, dat is waar ik mij voor engageer.

Wil je graag reageren? Fijn, dat kan via mail (info@annlodewyckx.be) of via de sociale media kanalen.